- Latijnse naamPrunus d. 'Opal' (vroeg)
- Bladbladverliezende, groen, herfstkleur
- BloeikleurZelfbestuivend maar ook goede bestuivers voor andere bomen. , geurend, wit
- Grondsoortlemige grond, lichte klei, zand
- Gebruikdracht, drachtplant, Eetbare vruchten, Fruit, insecten, landschap, parken, tuinen, tuinen en parken
- Hoogte2.50-5.00m
- Kroonhalf open
- Lichtzon
- Vochtbehoeftenormaal
- Voedingsbehoeftevoedselrijk
- Vormbossig, opgaande
- WindDeze boom produceert veel vruchten waardoor in juni het tveel moet weggenomen worden om te verhinderen dar de takken breken door het gewicht. De kleine paarsrode pruimen hebben geelgroen sappig en heerlijk vruchtvlees., ongevoelig
- Plantafstand p/mPer plant 10 meter afstand houden.
- SnoeiNa oogst oude, dode, zieke en kruisende takken opsnoeien om voldoende licht in de kruin te houden. Kortloten (= takjes waar vruchten aan gaan komen) niet.



